Jacob J. Roosjen Specialist Europees Zilver

Europees zilver

Jacob J. Roosjen Specialist Europees Zilver
Bezoek enkel op afspraak (06-53268280)

www.jacobroosjen.com

ZILVEREN THEEBUS
Jacobus Jongsma, Leeuwarden, 1718
93 gram, 12,5 cm hoog

Volledig gekeurd op het lichaam aan de onderzijde, jaarletter op de sluitrand, en voorzien van trembleersteken op lichaam onderzijde, voetrand, sluitrand binnenzijde en het deksel binnenzijde.

De zilversmid

Jacobus Jongsma, zoon van goudsmid Yme Jongsma en Hiske Encudides, werd gedoopt op 2 maart 1686 te Leeuwarden. Hij ging in 1697 in de leer bij de bekende Leeuwarder zilversmid Johannes van de Lely en werd meester-zilversmid in 1707. In 1711 trouwde hij met Bauke Sterringa, nadat hij in 1710 een huis aan het Nauw gekocht had. Naast zijn professie van zilversmid was Jongsma burgervaandrig en lid van de vroedschap van 1712 tot aan zijn overlijden in 1726. Tevens was hij schepen van 1721-1724.

Jacobus Jongsma vervaardigde profaan zilverwerk dat stilistisch sterk overeenkomt met dat van de zilversmeden Andele Andeles en Hans Atsma en Johannes van der Lely, door wie soortgelijke theebussen werden vervaardigd. Het specifieke ornament op deze theebus is ook terug te vinden bij zilverwerk van Johannes van der Lely, die immers zijn leermeester was. Jacobus Jongsma was vervaardiger van een deel het Leeuwarder Stadszilver, bestaande uit 18 stel lepels, vorken, messen, 2 groentelepels en 2 visscheppen. Jongsma vervaardigde in de periode 1723-1725 in totaal 16 paar vorken en lepels voor de stad, alle voorzien van het stadswapen.

In de collectie van de Ottema-Kingma Stichting bevindt zich een zilveren theeketel, vervaardigd door Jacobus Jongsma. De theeketel in ondergebracht in het Fries Museum. De theeketel en deze theebus vertonen hetzelfde specifieke ornament. Eveneens in de collectie van OKS bevindt zich een bijbel met gouden bijbelbeslag, dat vervaardigd werd door Jacobus Jongsma en ondergebracht is in Museum Martena in Franeker, in het huis van de voormalige eigenaar van de bijbel, Suffridus Westerhuis (1668-1731).


ZILVEREN MANDJE
Steven Jan van Hengel, Amsterdam, 1770
126 gram; 14,6 cm breed; 7 cm hoog

Aan de onderzijde gegraveerd met de initialen R en L. Volledig gekeurd aan de onderzijde en met het herkeur van 1795 voor Amsterdam en met het belastingteken van 1807. Voorzien van een trembleerstreek.

Steven Jan van Hengel was werkzaam tussen 1752 tot en met 1767, het jaar waarin hij stierf. Het is bekend dat de vader van Steven Jan, Dirk van Hengel, met wie hij samen zijn atelier had, na Steven Jans dood samen met Steven Jans weduwe het atelier voortzette. Hierbij bleef het meesterteken van Steven Jan in gebruik. Aangezien het object in 1770 ter gilde is gebracht, is dit hoogst waarschijnlijk na Steven Jans dood vervaardigd.

Een soortgelijk mandje, vervaardigd door Steven Jan van Hengel in 1771, staat vermeld in Dutch Silver, Vol. II. Deze laatstgenoemde, destijds in het bezit van Joseph M. Mopurgo uit Amsterdam, was tentoongesteld in 1952 in Den Haag. Ook hier is sprake van een object dat ter keuring is gebracht na Steven Jans dood.


PAAR DUITSE ZILVEREN KANDELAARS
Arndt Hüding, Wesel, 1717
499 gram; 17 cm hoog

Deze Lodewijk XIV kandelaars staan op een vierkante geprofileerde voet met afgeschuinde hoeken. De stam bestaat uit een nodus met een balustervormige geleding erboven, die gefacetteerd is. De spoelvormige kaarsenhouder is in het midden voorzien van een dubbele gegraveerde lijn. Beide kandelaars zijn op de voet gegraveerd met een familiewapen. Volledig gekeurd aan de onderzijde van de voet.

De zilversmid Arndt Huding werd circa 1665 te Bremen geboren en werd burger van Wesel in 1694. Van zijn hand zijn verschillende zilveren voorwerpen bewaard gebleven, zoals een wijnkan, broodschalen, kaarsensnuiter, oblatendoos, tafelkandelaars en schuttersschilden.

Dit betreft een greep uit de werken van deze exposant.